Blind door lekkende bloedvaatjes

Bijna de helft van de patiënten met een inwendige oogontsteking die daarbij als complicatie cystoid macula-oedeem (CME) krijgen, wordt slechtziend of blind aan tenminste één oog. In Nederland gaat dat om zo’n 1.000 tot 2.000 mensen per jaar. Tegen CME is nog geen effectieve therapie zonder vervelende bijwerkingen voorhanden.

Bram van Kooij, oogarts-in-opleiding bij het UMC Utrecht, toonde aan dat CME sterk samenhangt met afwijkingen aan de bloedvaten. Een bevinding die kan leiden tot nieuwe therapieën met minder bijwerkingen. Op 28 maart promoveert hij op zijn onderzoek.

Jaarlijks krijgen 16.000 mensen een inwendige oogontsteking (uveïtis) en ongeveer eenderde van hen krijgt als complicatie CME. CME is een ophoping van vocht in de gele vlek van het netvlies. Deze gele vlek bevindt zich midden op het netvlies en bevat de meeste receptoren voor licht en kleur. Raakt dit centrale deel van het netvlies beschadigd, dan wordt een patiënt slechtziend of blind. Bij het ontstaan van CME spelen lekkende bloedvaten een belangrijke rol. Dat is al langer bekend, het precieze mechanisme daarachter echter nog niet. Tot nu toe werd verondersteld dat CME ontstaat door oogheelkundige afwijkingen. Nu blijkt dat CME wel eens een vaatprobleem zou kunnen zijn, is de complicatie misschien te behandelen met medicijnen tegen vaatziekten.

Bram van Kooij onderzocht het effect van dit soort medicijnen op CME. Bepaalde bloedverdunners en bloeddruk- en cholesterolverlagers herstellen de vaatwand en gaan de lekkage van vocht door de zieke vaatwand tegen. Deze medicijnen – of een cocktail daarvan – lijken veelbelovend voor een therapie tegen CME. Daarnaast deed Van Kooij onderzoek naar stoffen die de doorlaatbaarheid van de vaatwand kunnen beïnvloeden, zoals cytokines en chemokines, die vrijkomen bij een ontsteking. Inzicht in de functie van deze stoffen kan nieuwe wegen openen in de behandeling van deze blindmakende ziekte.
Dit artikel stond eind maart o.a. in de Zorgkrant